Ontwikkeling basisnetwerk voor publiek laden in de logistiek

Hoe kunnen we in Nederland een slim en schaalbaar basisnetwerk aanleggen voor elektrisch laden op hoog vermogen? Dit overzicht geeft gemeenten, beleidsmakers en marktpartijen zicht op de publieke initiatieven die dit nu onderzoeken.

Wat speelt er?
De mobiliteitstransitie is in volle gang en de logistieke sector staat voor een omvangrijke verduurzamingsopgave. In 2025 zijn er al zero-emissiezones voor tientallen binnensteden. Uiterlijk 2030 hebben dieseltrucks geen toegang meer in diverse stadscentra. In dat jaar is naar verwachting 10% van de vrachtauto’s in Nederland elektrisch. Om de overstap naar elektrisch vervoer in de logistiek verder te stimuleren is een belangrijke vraag hoe vrachtwagens altijd toegang hebben tot voldoende stroom om te laden.

Wat willen we bereiken?
Voor elektrische vrachtwagens is een landelijk publiek toegankelijk laadnetwerk nodig, naast laadmogelijkheden op de terreinen van bedrijven. De ambities zijn groot: al in 2026 moet er een landelijk dekkend netwerk van snellaadpunten (corridor laden) zijn.

Wat heeft de logistieke sector hieraan?
Bedrijven kunnen rekenen op voldoende laadmogelijkheden voor elektrische vrachtwagens. Met een landelijk publiek toegankelijk netwerk voor

Welke projecten zijn er nu?

Voor de ontwikkeling van het basisnetwerk zijn er verschillende projecten, waaronder Logistiek Laden (LoLa), Living Lab Heavy Duty Laden (LLHDL) en Clean Energy Hubs (CEH). Ook het project Charging Energy Hubs (CEH) gaat binnenkort van start en geeft nieuwe inzichten in de mogelijkheden van een slim basisnetwerk.

Het doel van deze initiatieven is tot een functionele, betaalbare en schaalbare inrichting te komen van de (semi-)publieke laadinfrastructuur voor heavy-duty logistiek. Wat deze projecten betekenen voor het basisnetwerk leggen we hier voor je uit:

     Logistiek Laden

Project Logistiek Laden (LoLa) is het aanjaagprogramma voor een landelijk dekkend netwerk voor publiek toegankelijke snelladers. LoLa is hierin de verbindende factor tussen vervoerders, exploitanten van laadinfrastructuur, eigenaren van kansrijke locaties, overheden en netbeheerders. Daarnaast onderzoekt LoLa welke marktmodellen toekomstbestendig zijn en waar eventueel subsidie nodig is. In de volgende fase ondersteunt LoLa bij het uitschrijven van tenders om de nieuwe locaties te gaan aanbesteden aan marktpartijen die de locaties realiseren en exploiteren. Een LoLa-locatie ligt altijd in de buurt van een veelgebruikt logistiek tracé. Denk aan strategische locaties in de buurt van de Nederlandse snelwegen, verzorgingsplaatsen, truckparkings en industrieterreinen. Zo moet in Nederland een netwerk ontstaan van laadinfrastructuur voor vrachtwagens met om de 60 kilometer een snellader (minimaal 350 kW vermogen). Ook werkt LoLa toe naar het laden op vermogens boven 1 Megawatt.

Project LoLa wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en gerealiseerd samen met de netbeheerders (ElaadNL).

     Living Lab Heavy Duty Laadpleinen

Het project Living Lab Heavy Duty Laadpleinen (LLHDL) is een proeftuin voor zware laadinfrastructuur. Op zes fysieke laadpleinen wordt kennis en ervaring opgedaan en gedeeld, variërend van truckparkings, semipublieke locaties en publiek toegankelijke locaties. Het Living Lab deelt data en kennis en organiseert financiering voor innovatie, waardoor marktpartijen sneller kunnen opschalen. Het project helpt ook het bij het effectief inrichten van nationale wet- en regelgeving of subsidies. De centrale kennisvraag is wat een functionele, betaalbare en schaalbare inrichting is van (semi-)publiek toegankelijke laadinfrastructuur voor heavy duty logistiek richting 2025 en 2030.

Project LLHDL wordt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) uitgevoerd door Rijkswaterstaat.

     Clean Energy Hubs (CEH)

Een Clean Energy Hub (CEH) is een tank-, laad- of bunkerstation. De CEH heeft minimaal twee alternatieve, duurzame energiebronnen en is vooral gericht op zwaar goederenvervoer. De Hub kan ook gericht zijn op andere faciliteiten. Denk aan openbaar vervoer, horeca, truckparking en vergaderruimtes. Clean Energy Hubs moeten verduurzaming van zwaar goederenvervoer mogelijk maken. Alle provincies (ook de provincies in de Goederenvervoercorridor: routes van Rotterdamse Haven naar Duitsland), het Rijk en havenbedrijf Rotterdam ontwikkelen samen een strategie om tot een landelijk dekkend netwerk van CEH’s te komen. Het programma is onderdeel van het programma Goederenvervoercorridors, met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) als opdrachtgever.

Project CEH is een samenwerking tussen alle provincies, Havenbedrijf Rotterdam (HbR), Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), onder regie van provincie Gelderland.

Waar kun je nu laden?
Samen met Ecorys en Rijkswaterstaat heeft Clean Energy Hubs (CEH) een locatietool ontwikkeld met kansrijke locaties voor duurzame tank- en laadpunten op circa 25 kaartlagen. De tool focust op zwaar vervoer over weg en water. Rijkswaterstaat host de kaart en zorgt voor de actualisering.

Wat kan de overheid doen?

Overheden kunnen coördineren, regisseren, samenwerking stimuleren, sturen met subsidies en ondersteunen bij wet- en regelgeving en vergunningen.

Onder regie van het Rijk is een marktmodel ontwikkeld voor de verrekening van laadinfrastructuur, in samenwerking met energiebedrijven, mobiliteitsaanbieders en belangengroepen. Het marktmodel standaardiseert de mogelijkheid om met een pasje elektriciteit te laden op alle laadpalen in Nederland en om de afname van elektriciteit in rekening te brengen. Met het marktmodel is de betaalinfrastructuur voor elektrisch rijden in Nederland geregeld.

Rollen van het Rijk
De ontwikkeling van laadinfrastructuur is commerciële activiteit, maar Rijk, provincie en gemeenten dragen bij zolang de private businesscase nog niet rendabel is. Verder heeft de Rijksoverheid een rol bij kennisontwikkeling en het versneld opschalen van laadinfrastructuur. Het Rijk is initiator en betrokkene bij de belangrijkste kennisprogramma’s, de nationale aanpak laadinfrastructuur (NAL) en het nationaal kenniscentrum laadinfrastructuur (NKL). Tot slot is het Rijk verantwoordelijk voor het voorzieningenbeleid langs Rijksinfrastructuur.

Afhankelijk van hun ambities en beleid kunnen gemeenten meerdere rollen of posities innemen: reactief, faciliterend en stimulerend. Voor het plaatsen van een oplaadpaal op of aan de weg in de buurt van een bedrijf, is bijna altijd een ontheffing nodig van art. 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening. Een gemeente kan hierbij eisen stellen aan de aanvrager en/of beheerder van de oplaadpaal.

Mogelijke rollen van een gemeente

  • Gemeente als ontheffing/vergunningverlener (APV) en vaststeller van verkeersbesluit(en): dit zijn gemeenten die meewerken aan verzoeken van derden.
  • Gemeente als ontheffing/vergunningverlener (APV), vaststeller verkeersbesluit(en) én verzoeker: dit zijn gemeenten die zelf initiatief nemen om oplaadinfrastructuur te realiseren (op strategische locaties).
  • Gemeente als subsidieverlener voor het realiseren van laadinfrastructuur.
  • Gemeente als eigenaar van het gemeentelijk wagenpark met elektrische voertuigen.
  • Gemeente als concessieverlener/aanbesteder van de oplaadinfrastructuur in de openbare ruimte op of aan de weg.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft beleidsregels opgesteld voor het plaatsen van oplaadinfrastructuur in de openbare ruimte en het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen. Deze beleidsregels moeten:

  • partijen duidelijkheid geven over de criteria en voorwaarden van de gemeente.
  • partijen informeren over de te volgen (juridische) procedure(s).
  • aanvragen op eenzelfde en gelijkwaardige manier beoordelen en afhandelen.

Download de beleidsregels