“Ons laadnetwerk is te danken aan succesvol poldermodel”

“Laadinfrastructuur moeten we op een integrale manier bekijken. Het is onderdeel van de hele energietransitie en gaat niet alleen over mobiliteit.” Met die belangrijke boodschap nemen voorzitter Bert Klerk en penningmeester Thijs Aarten afscheid van NKL. Vanaf de oprichting in 2014 zaten zij in het bestuur. In die jaren hebben ze een enorme ontwikkeling in de sector meegemaakt. Een tussenbalans in zeven werkwoorden.

Groeien
Er zijn nu, met het einde van 2020 in zicht, ruim 37 duizend publieke laadpunten in Nederland. Tel daar de semipublieke laadpunten en snelladers bij op, en dan kom je tot 60 duizend laadpunten waar EV-rijders terechtkunnen, buiten hun eigen oprit. Deze aantallen hadden Bert en Thijs niet voorzien, toen ze in 2014 vonden dat er actie moest worden ondernomen. “Er waren toen 5400 publieke laadpunten,” memoreert Bert. “De overheid wilde het door de markt laten oplossen, maar wij voorzagen dat het laadnetwerk dan niet van de grond zou komen, de businesscase was niet sterk genoeg. Samenwerking tussen overheid en markt was noodzakelijk.”

Polderen
En zo ontstond het idee voor een neutraal platform, waar kennis kan worden opgeslagen, uitgewisseld en partijen met elkaar in verbinding komen. Bert en Thijs hebben zich met veel verve ingezet om dit platform op de rails te krijgen en ervoor te zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op gingen staan. Thijs herinnert zich een symbolisch fotomoment, waarop alle aanwezigen elkaar de hand vasthielden. “Voorbij alle discussies en tegenstellingen lieten vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, netbeheer, brancheverenigingen en markt zien dat ze samen dezelfde richting insloegen. En zo hebben we het gedaan.” Dat succesvolle poldermodel verklaart volgens Bert en Thijs waarom Nederland op dit moment Europees koploper is in publieke laadinfrastructuur.

Verbinden
Als er één woord is dat vaak valt in het gesprek, is het ‘verbinden’. Cruciaal, volgens de beide bestuurders. NKL heeft zich altijd gericht op verbinding tussen overheid, markt, stakeholders en wetenschap. Maar er is óók een dwarsverbinding nodig tussen verschillende sectoren: mobiliteit, gebouwde omgeving en elektriciteit. De boodschap die Bert wil meegeven aan alle stakeholders: “Wij zijn polderend geboren. Ga bij elkaar zitten. Zijn we een bedreiging voor elkaar? Het antwoord op die vraag is nee. Kunnen we elkaar helpen? Ja, natuurlijk kunnen we elkaar helpen.”

Elektrificeren
De overheidsambitie om in 2020 200 duizend elektrische auto’s op de weg te hebben is gehaald. “Jarenlang leek het erop dat het niet zou lukken, maar ze zijn er nu gewoon”, zegt Bert. Dat is iets om verheugd over te zijn, maar het betekent ook dat het steeds urgenter wordt om te realiseren wat al die elektrische auto’s betekenen voor onze elektriciteitsvraag. “Ons energiesysteem gaat veranderen en laadinfrastructuur gaat daar een belangrijke rol in spelen”, zegt Thijs. “Slimme laadpleinen zijn daar een prachtig voorbeeld van.”

Bouwen
De groei van het laadnetwerk heeft zichtbaar invloed op de gebouwde omgeving. Overal verschijnen laadpalen. Volgens de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) zijn er in 2030 1,7 miljoen laadpunten nodig om in alle laadbehoefte te voorzien. “Dat cijfer kennen we in de sector allemaal”, zegt Bert. “En ik zeg het niet vaak hardop, maar ik denk dat we niet een miljoen palen willen bijplaatsen. Dat legt een veel te grote druk op de beschikbare ruimte. We weten nog niet precies hoe laden eruit gaat zien in 2030, maar ik denk dat het onze taak is om daar nu alvast over na te denken. Hoe brengen we laadinfrastructuur naar een volgend niveau, zodanig dat we voldoen aan onze ambitie dat laden van voertuigen net zo makkelijk wordt als het laden van je mobiele telefoon?”

Internationaliseren
Omdat Nederland koploper is in Europa, kijken andere landen naar ons. Maar om ons heen zijn verschillende landen met een groeispurt bezig in elektrisch vervoer en laadinfrastructuur. “We moeten goed opletten wat er om ons heen gebeurt. De verworvenheden die wij hebben – open protocollen en standaarden – moeten we vasthouden. Wat wij hebben neergezet, is een exportproduct.”

Volwassen worden
Dat de EV-verkoop goed op schema ligt en de laadinfrastructuur meegroeit, betekent niet dat de markt al volwassen is. De bestuurders benadrukken dat hier nog werk aan de winkel is. “We hebben in Nederland volwassen marktpartijen die internationaal opereren, maar de businesscase is nog niet overal sluitend. In de dunbevolkte regio’s is een laadpaal nog niet lonend, daar zitten we echt nog in de precompetitieve fase. Ook het ontwikkelen van een laadnetwerk voor de logistieke sector is nog precompetitief.”
Ondanks deze constatering is duidelijk dat de markt voor elektrische voertuigen en laadinfrastructuur in een nieuwe fase is beland. Elektrisch rijden is niet meer voorbehouden aan pioniers, maar begint een optie te worden voor grotere groepen automobilisten. Een mooi moment om het bestuurdersstokje over te dragen. Bert en Thijs willen alle stakeholders met wie ze intensief hebben samengewerkt bedanken. “We hebben met elkaar zaadjes geplant die we nu aan het oogsten zijn. Tegelijkertijd moeten er ook weer nieuwe zaadjes worden geplant, voor de volgende stappen. Die taak geven we door.”

NKL bedankt Bert en Thijs voor hun jarenlange inzet en de bergen die ze hebben verzet in hun pionierswerk. Bert Klerk wordt opgevolgd door Nancy Kabalt, Thijs Aarten door Anja de Jong.