Publiek toegankelijke logistieke laadlocaties

Om de transitie naar zero-emissielogistiek mogelijk te maken, is een publiek toegankelijk basisnetwerk nodig van laadlocaties voor hoog vermogen. Er komen steeds meer elektrische bestelauto’s en trucks op de weg, onder meer door de komst van zero-emissiezones. Vaak laden deze voertuigen op eigen bedrijventerreinen, maar ook onderweg zijn publieke laadpalen nodig zodat vervoerders langere afstanden kunnen overbruggen.

Bij het basisnetwerk van logistieke laadlocaties is een verschil tussen bestel- en vrachtvoertuigen. Voor vrachtvoertuigen (bakwagens en trekker-opleggers; categorie N2 en N3) zijn op Europees niveau afspraken gemaakt over het de totstandkoming van een laadnetwerk met hoogvermogen-laders langs drukke corridors (binnen de AFIR). Het Rijk werkt hieraan (zie ook dit overzicht van de landelijke initiatieven) maar gemeenten kunnen een belangrijke faciliterende rol spelen. Vooral bij locaties buiten de bestaande verzorgingsplaatsen en truckparkings.

Wat doet de markt?

De markt zit niet stil. Meerdere partijen zijn actief op zoek naar locaties om laadpleinen te realiseren voor bestelwagens en/of vrachtvoertuigen. Deze laadlocaties wijken af van bestaande snelladers langs snelwegen voor personenauto’s, omdat je rekening moet houden met draaicirkels, gewicht en doorrijdhoogte. Grofweg gaat het om drie soorten locaties: verzorgingsplaatsen, truckparkings en lokale corridors. Bestelauto’s en kleine vrachtauto’s (M1+N2) maken voor onderweg laden veelal gebruik van snellaadlocaties van marktpartijen.

Wat doen gemeenten?

Steeds meer gemeenten worden door marktpartijen benaderd met de vraag of zij willen meewerken bij het realiseren van laadpleinen voor trucks. Dit varieert van het beschikbaar stellen van (publieke) grond en faciliteren van de realisatie tot zorgen voor goede bereikbaarheid en voorzieningen op de locaties. Dat laatste kan ook spelen bij publiek toegankelijke laadlocaties op private grond. Veel gemeenten vragen zich af of en hoe zij dergelijke initiatieven kunnen ondersteunen. Waar moeten ze aan denken? En kunnen ze sturen in de ontwikkeling van heavy-duty laadpleinen?

Waar moet je aan denken als beleidsmedewerker? Check deze zes vragen.

Aandachtspunten en valkuilen
Zes kernvragen geven gemeenteambtenaren concrete handvatten voor de omgang met initiatieven voor de ontwikkeling van publiek toegankelijke hoogvermogen-laadpleinen. Van de belangrijkste aandachtspunten en mogelijke valkuilen tot concrete adviezen of en hoe je als gemeente kunt sturen. Met oog voor de verschillen tussen laadpleinen op publieke grond (veel sturingsmogelijkheden) en private grond (beperkte sturing). Vanuit onderstaande vragen kun je gestructureerd je acties bepalen, samen met relevante collega’s.

Je bent gevraagd mee te denken over een logistieke laadlocatie, maar het verschilt per locatie hoeveel je kunt sturen. Vooral de grondsituatie is hierin belangrijk: van wie is de grond waarop de locatie gepland is?

Als gemeente kun je gemeentelijke grond beschikbaar stellen voor laadpleinen. Dit kan bijvoorbeeld via (definitief) uitgeven via verkoop of via gebruik van de grond in concessie/erfpacht/opstalrecht of verhuur uitgeven (zoals bij tankstations gebruikelijk is). Je kunt er als gemeente zelfs voor kiezen om grond aan te kopen en daarna uit te geven voor logistieke laadstations.

Voor de uitgifte van grond is het Didam-arrest leidend in de manier waarop de grond uitgegeven moet worden. 1-op-1 uitgifte is niet zomaar mogelijk: je moet geïnteresseerde partijen de kans geven om mee te dingen naar de locatie door openbare selectieprocedure/uitgifte of aanbesteding van de locatie.

Daarnaast geldt er afhankelijk van de uitgiftevorm en de activiteiten (in dit geval openbaar laden), mogelijk ook een aanbestedingsplicht.

Hoe ga je verder?
Als het om gemeentelijke grond gaat, kun je als gemeente oordelen of je deze grond wilt uitgeven als logistieke laadlocatie. De andere vijf aandachtspunten helpen je om dit te beoordelen. Ook helpen ze je de kaders te formuleren als je de grond gaat uitgeven, en die te verwerken in een bestek of programma van eisen.

Meer weten?

Tip:

Een vroegtijdig overleg tussen collega’s van duurzame mobiliteit, vastgoed en ruimtelijke ontwikkeling helpt om de neuzen dezelfde kant op te krijgen voor uitgifte van de beoogde grond.

Als je wordt geconsulteerd over plannen op private grond (en niet van plan bent of wordt verzocht om de grond als gemeente te verwerven) geldt het volgende:

  • Laadlocaties zijn mogelijk binnen het bestemmingsplan als de bestemming ‘bedrijventerrein’ is en het parkeren van voertuigen is toegestaan. Dit komt onder meer aan de orde in het advies Laden bij de buren.
  • Je hebt geen zeggenschap over de grond, maar je kunt wel ‘zachte’ invloed uitoefenen door in gesprek te blijven. Deel je standpunt over veiligheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en faciliteiten voor chauffeurs.

Hoe ga je verder?
In het geval van private grond, kun je adviseren over de andere vijf aandachtspunten. Ook heb je nog zeggenschap over de inrichting van de openbare ruimte van de laadlocatie.

Plaatsing van laadpunten is vergunningsvrij op basis van Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) binnen de Omgevingswet. Momenteel (januari 2024) loopt de discussie wanneer een laadstation een omgevingsvergunning nodig heeft. In de volgende situatie is in ieder geval een vergunning nodig:

  • Als er overkappingen geplaatst worden, zoals bij een tankstation
  • Als de locatie ook brandstoffen/waterstof verkoopt (zie Handreiking Clean Energy Hubs voor aandachtspunten en verplichtingen in dit geval)
  • Als er specifieke voorzieningen zijn naast het laden (zoals horeca), waarvoor een vergunning nodig is

Let op: Daarnaast lopen er gerechtelijke zaken over de vraag of er een bovengrens aan zit aan de hoeveelheid of omvang van het laadstation dat vergunningsvrij geplaatst kan worden – zie Laden bij de buren (hoofdstuk VI) en deze zienswijze. Hier is nog geen definitieve uitspraak op.

Als je zelf moet beslissen of je de grond uitgeeft, kun je onder meer beoordelen in welke mate de locatie bijdraagt aan een dekkend basisnetwerk. Hiermee bepaal je de prioriteit van het uitgeven van deze locatie voor logistiek laden.

Laadlocaties voor vrachtwagen worden groter opgezet en zijn vooral georiënteerd op de landelijke corridors. Laden voor bestelvoertuigen is meer gericht op stedelijk gebied en hiervoor is een fijnmaziger netwerk gewenst.

Je kunt de volgende checks doen:

  • Kijk op de interactieve laadkaart voor zwaar vervoer ontwikkeld door de NAL. Deze tool geeft een beeld van laadlocaties voor zwaar vervoer op en langs het hoofdwegennet.
  • Bespreek in je NAL-regio welke plannen er liggen voor het basisnetwerk voor (zware) logistiek en zoek uit welke behoeften er zijn. In de NAL-regio is meer zicht op de landelijke initiatieven voor jouw regio.
  • Zoek direct contact met Logistiek Laden om te overleggen over landelijke en regionale ontwikkelingen.
  • Stem eventueel je eigen plannen voor logistieke laadlocaties of snellaadlocaties bij, als het marktinitiatief de laadbehoefte al kan invullen.

Of een locatie geschikt is, hangt onder meer af van de beschikbare ruimte en de bereikbaarheid. De beoogde doelgroep bepaalt welke capaciteit en omvang een locatie moet hebben. Zo hebben laadlocaties voor zware vracht meer ruimte nodig. Daarnaast trekt een logistieke laadlocatie vaak extra verkeer aan. Het is goed om vooraf een beeld te schetsen van de omgeving en een inschatting te maken van de situatie.

Afhankelijk van de doelgroep (vrachtvoertuigen of bestelwagens) moet de locatie een bepaalde capaciteit en omvang hebben om de gebruikers goed te bedienen. Je kunt hieraan minimumeisen stellen als de locatie gemeente-eigendom is en je de locatie zelf uitgeeft.

Laadlocaties voor zware vracht hebben al snel een ruimtebeslag van 4.000 m2, waarop meerdere laders met hoogvermogen gerealiseerd moeten kunnen worden en waarop sprake is van doorrijdlocaties. De locatievisie van LoLa geeft diverse voorbeelden hoe deze kunnen worden ingericht en welke minimumeisen hiervoor gelden.

Voor bestelwagens en lichte vrachtvoertuigen zijn bestaande snellaadstations en brandstofverkooppunten vaak ook geschikt voor plaatsing van (extra) snellaadpunten, mits de toegankelijkheid voor langere/grotere bestelvoertuigen geborgd is in het voorstel. Check bij een voorstel voor logistieke laadinfrastructuur de regelgeving rond brandstofpunten in jouw gemeente met je collega’s om te weten welke eisen er worden gesteld aan uitbreiding van zo’n locatie (technisch of qua proces).

Wordt er een nieuwe laadlocatie voorgesteld, die niet bij een bestaand tankstation ligt? Dan geldt ook voor bestelvoertuigen dat laadzekerheid van belang is en hiermee zijn meerdere laadpunten gewenst (denk aan twee tot vier laadpunten). Reken daarom als ruimtebeslag 300-1.000 m2, zie ook Afwegingskader binnenstedelijk snelladen van GO RAL.

Een logistieke laadlocatie heeft een verkeersaanzuigende werking. Je wil voorkomen dat zware voertuigen door woonwijken of kleine straten gaan. Toets mogelijke basisnetwerklocaties met je verkeerscollega’s op doorstroming, verkeersveiligheid en mogelijke overlast.

Bepaal welke maatregelen de gemeente wil nemen om een en ander in goede banen te leiden, met oog voor vindbaarheid (bewegwijzering), doorstroom (obstakels en in-/uitritten), veiligheid en maatregelen om de snelheid te verminderen.

De aanvraag van de netaansluiting is de verantwoordelijkheid van de marktpartij. Als gemeente kun je wel toetsen of de vermogensvraag impact heeft op andere ontwikkelplannen in de omgeving. Bij het zelf uitgeven van de locatie, kun je er als gemeente zelfs voor kiezen om de netaansluiting proactief aan te vragen.

In bijna het hele land zorgt netcongestie voor vertraging bij de realisatie van grote aansluitingen. Voor logistieke laadlocaties zijn altijd grote aansluitingen nodig. Zo schrijft de LoLa-locatievisie  voor zware logistiek een minimale netaansluiting van 5 MVA voor om zeven laadpunten te kunnen bedienen.

Voor bestelvoertuigen wil je op meerdere laadpunten laadvermogens van 100 – 350 kW kunnen aanbieden. De netaansluiting moet hiervoor voldoende zijn en de doorlooptijd kan oplopen. Ook kan de realisatie van dit soort vermogens impact hebben op andere nieuwe of verzwaarde aansluitingen in de omgeving.

Mogelijk heeft de marktpartij een plan voor gebruik van een bestaande aansluiting, bijvoorbeeld wanneer de laadlocatie gepland is op private grond met een bestaande aansluiting. Dit kan de druk op het energienetwerk en de wachtlijst voor nieuwe aansluitingen verminderen.

Heb je collega’s die bezig zijn met energiesysteem/energietransitie? Check op welke manier met de netbeheerder al logistieke laadlocaties zijn ‘geprogrammeerd’ (zie Handreiking Integraal Programmeren voor meer informatie).

Bespreek ook of het realiseren van het vermogen impact heeft op andere ontwikkelingen in de omgeving, bijvoorbeeld woning- of utiliteitsbouw. Neem dit mee in je oordeel of en hoe je de grond beschikbaar stelt.

Wanneer je als gemeente een locatie zelf als laadlocatie in de markt zet, weeg dan af hoe de laadlocatie zo effectief mogelijk kan worden ingezet, ook met oog op het gebruik van schaarse fysieke ruimte en aansluitingen op het energienet. Wanneer je enkel de grond uitgeeft of het reeds private grond betreft, kun je dit vooral als overweging meegeven in dialoog met marktpartij.

Is de laadlocatie naast de primaire doelgroep ook geschikt voor andere gebruikers? Denk aan:

  • Bij een snellaadlocatie voor bestelvoertuigen: is deze ook te gebruiken door personenauto’s en lichte vrachtwagens (bakwagens)?
  • Bij een laadlocatie voor vrachtverkeer: is deze ook te gebruiken door bestelvoertuigen of werktuigen/bouwlogistiek? Of als Watt-hub Geldermalsen, die met bouwlogistiek als primaire doelgroep ook is opengesteld voor logistiek.

Dubbelgebruik kan de efficiëntie van het netwerk en de business case van de exploitant verbeteren. Trek eventueel ook conclusies voor je eigen plannen voor snellaadlocaties voor deze doelgroepen: als de markt hiermee de behoefte invult, hoef je dit zelf niet te organiseren!

Let op: Dubbelgebruik en een uitgebreidere openstelling kan ook averechts werken als het de laadzekerheid van de primaire doelgroep vermindert of als het de bereikbaarheid/verkeersdruk negatief beïnvloedt. Is dat hier het geval? Hoe kijkt de aanvrager hier naar?

Bepaal welke middelen er zijn voor de exploitant of gemeente om de toegankelijkheid te stimuleren of beperken. Denk aan doorrijhoogte, opzet in-/uitritten, laadkabellengte, etc.

Afhankelijk van de laadduur op de locatie, verblijven chauffeurs hier enige tijd. De marktpartij bepaalt zelf met welke faciliteiten zij de locatie aantrekkelijk willen maken. Als je wordt gevraagd om de grond beschikbaar te stellen, kun je bepaalde faciliteiten meenemen in het eisenpakket. Wordt de locatie privaat ontwikkeld? Dan kun je maatregelen of faciliteiten in de omgeving overwegen. De faciliteiten kunnen worden afgestemd op de verblijfsduur van chauffeurs, die samenhangt met de laadduur en combinatie met (verplichte) pauzes.

Stel de volgende vragen:

  • Welke voorzieningen stelt de aanvrager voor op het gebied van verblijf, sanitair, eten/drinken en horeca?
  • Wat heeft dit voor impact op de omgeving?
  • Zijn er maatregelen mogelijk in de omgeving die de (sociale) veiligheid verhogen voor chauffeurs en/of omwonenden?

Bespreek vervolgens met je collega’s van verkeer en openbare ruimte welke rol je hier als gemeente in hebt.

Meer weten?
Zie de volgende voorbeelden van inrichting met verschillende soorten faciliteiten:

  • Shell Eindhoven Acht (onderdeel Living Lab Heavy Duty) ingericht als bestaand (truck)tankstation met voorzieningenniveau.
  • Truckparking Venlo met faciliteiten voor langer verblijf.
  • Leap24 werkt op logistieke laadlocaties met picknickbanken, afvalbakken, snack-/drankautomaten en WiFi.

Je bent gevraagd mee te denken over een logistieke laadlocatie, maar het verschilt per locatie hoeveel je kunt sturen. Vooral de grondsituatie is hierin belangrijk: van wie is de grond waarop de locatie gepland is?

Als gemeente kun je gemeentelijke grond beschikbaar stellen voor laadpleinen. Dit kan bijvoorbeeld via (definitief) uitgeven via verkoop of via gebruik van de grond in concessie/erfpacht/opstalrecht of verhuur uitgeven (zoals bij tankstations gebruikelijk is). Je kunt er als gemeente zelfs voor kiezen om grond aan te kopen en daarna uit te geven voor logistieke laadstations.

Voor de uitgifte van grond is het Didam-arrest leidend in de manier waarop de grond uitgegeven moet worden. 1-op-1 uitgifte is niet zomaar mogelijk: je moet geïnteresseerde partijen de kans geven om mee te dingen naar de locatie door openbare selectieprocedure/uitgifte of aanbesteding van de locatie.

Daarnaast geldt er afhankelijk van de uitgiftevorm en de activiteiten (in dit geval openbaar laden), mogelijk ook een aanbestedingsplicht.

Hoe ga je verder?
Als het om gemeentelijke grond gaat, kun je als gemeente oordelen of je deze grond wilt uitgeven als logistieke laadlocatie. De andere vijf aandachtspunten helpen je om dit te beoordelen. Ook helpen ze je de kaders te formuleren als je de grond gaat uitgeven, en die te verwerken in een bestek of programma van eisen.

Meer weten?

Tip:

Een vroegtijdig overleg tussen collega’s van duurzame mobiliteit, vastgoed en ruimtelijke ontwikkeling helpt om de neuzen dezelfde kant op te krijgen voor uitgifte van de beoogde grond.

Als je wordt geconsulteerd over plannen op private grond (en niet van plan bent of wordt verzocht om de grond als gemeente te verwerven) geldt het volgende:

  • Laadlocaties zijn mogelijk binnen het bestemmingsplan als de bestemming ‘bedrijventerrein’ is en het parkeren van voertuigen is toegestaan. Dit komt onder meer aan de orde in het advies Laden bij de buren.
  • Je hebt geen zeggenschap over de grond, maar je kunt wel ‘zachte’ invloed uitoefenen door in gesprek te blijven. Deel je standpunt over veiligheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en faciliteiten voor chauffeurs.

Hoe ga je verder?
In het geval van private grond, kun je adviseren over de andere vijf aandachtspunten. Ook heb je nog zeggenschap over de inrichting van de openbare ruimte van de laadlocatie.

Plaatsing van laadpunten is vergunningsvrij op basis van Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) binnen de Omgevingswet. Momenteel (januari 2024) loopt de discussie wanneer een laadstation een omgevingsvergunning nodig heeft. In de volgende situatie is in ieder geval een vergunning nodig:

  • Als er overkappingen geplaatst worden, zoals bij een tankstation
  • Als de locatie ook brandstoffen/waterstof verkoopt (zie Handreiking Clean Energy Hubs voor aandachtspunten en verplichtingen in dit geval)
  • Als er specifieke voorzieningen zijn naast het laden (zoals horeca), waarvoor een vergunning nodig is

Let op: Daarnaast lopen er gerechtelijke zaken over de vraag of er een bovengrens aan zit aan de hoeveelheid of omvang van het laadstation dat vergunningsvrij geplaatst kan worden – zie Laden bij de buren (hoofdstuk VI) en deze zienswijze. Hier is nog geen definitieve uitspraak op.