Wat kun je als gemeente doen?

Om te beginnen kun je als gemeente verschillende acties ondernemen om de basis op orde te krijgen. Je kunt private laadinfrastructuur stimuleren, maar ook gedeelde laadinfra faciliteren. Heb je meer ambitie? Dan zijn diverse aanvullende acties mogelijk. Denk aan het aanjagen van laadinfrastructuur voor een geheel terrein.

Als gemeente heb je bij het tot stand komen van private laadinfra minimaal een informerende rol. Je kunt ook regie voeren op het ontstaan van het laadnetwerk. Daarmee behoud je overzicht. Maak slimme combinaties en voorkom dat het elektriciteitsnet onnodig overbelast raakt.

Nog meer regie? Houd de plannen en daadwerkelijke realisatie van private en publieke laadinfra op bedrijventerreinen actief bij. Daarnaast zijn er diverse mogelijkheden om private laadinfra aan te jagen, waarbij het vooral gaat om informeren en faciliteren:

  • Ga gesprekken aan met koplopers en vraag naar hun belemmeringen.
  • Breng ondernemers samen en stimuleer een collectieve aanpak.
  • Deel de prognoseresultaten (storymap) en organiseer bijeenkomsten met bedrijven op terreinen die prioritair en enigszins georganiseerd zijn.
  • Maak koppelingen met initiatieven om bedrijventerreinen te verduurzamen, integreer elektrisch rijden en neem laadpunten mee.
  • Stel experts beschikbaar die bedrijven concreet kunnen adviseren over knelpunten en oplossingen.
  • Faciliteer gesprekken met netbeheerders.
  • Stel plankaarten op met partners in jouw regio.

Best practice: uitstootvrij Amsterdam

Wil je de private laadinfra nog meer versnellen? Dan kun je zelf een subsidieregeling voor bedrijfswagens openstellen. In de gemeente Amsterdam kunnen ondernemers subsidie krijgen voor uitstootvrije bedrijfsauto’s. De gemeente heeft hiervoor een subsidieregeling opengesteld. De regeling is onderdeel van het Actieplan Schone Lucht, met als doel om alle bedrijfsauto’s binnen de Ring A10 uitstootvrij te krijgen.

Best practice: snelladen bij AH

Albert Heijn plaatste een snellaadplein op privaat terrein bij een distributiecentrum in Delfgauw om de eActros elektrische truck van Mercedes-Benz op te laden, van vaste vervoerder Simon Loos. Deze elektrische truck bevoorraadt AH-supermarkten in Rotterdam, Den Haag en Delft.

De hoge vermogensvraag maakt het ontwerp van zo’n snellaadplein complex. Daarom zijn projectmanagers, engineers en specialisten van ABB, AH, Daimler, Simon Loos en Batenburg Installatietechniek ingeschakeld om samen het snellaadplein te ontwerpen en realiseren. Vanwege de hoge vermogensvraag is ook meteen de netbeheerder ingeschakeld, om de netaansluiting uit te breiden met een extra transformatorstation.

Als gemeente kun je bedrijven steunen door experts in te zetten die bedrijven helpen met de (soms complexe) realisatie van een (snel)laadplein. Denk bijvoorbeeld aan Logistiek Makelaars of technisch adviseurs. Logistiek Makelaars hebben brede kennis over de verduurzaming van logistiek en overzien de ontwikkelingen bij andere partijen en bedrijven in de gemeente en regio. Technisch adviseurs kunnen diepgaand technisch advies geven. Je kunt dit als gemeente (eventueel in samenwerking met de RAL) beschikbaar stellen of aandragen aan het bedrijf.

Ondernemers met laadinfra op eigen terrein kunnen die delen met gastgebruikers, zoals andere ondernemers op het bedrijventerrein, bezoekers, of hun logistieke dienstverleners. Dit is efficiënt voor bestaande laadinfra én goed voor de ruimte en capaciteit van het elektriciteitsnet. Een belangrijk argument voor bedrijven om private laadvoorzieningen semipubliek te maken is om (hoge) investeringen in laadinfra sneller terug te verdienen.

Bij het semipubliek maken van private laadinfra zijn verschillende gradaties mogelijk:

  • Gebruik door een selecte groep gastgebruikers, zoals leveranciers.
  • Gebruik door een grotere groep gastgebruikers, zoals leveranciers en bezoekers.
  • Gebruik door alle elektrische rijders, bijvoorbeeld met bepaalde venstertijden (overdag of juist ’s nachts, afhankelijk van de laadbehoefte van het bedrijf zelf).

Tip:

Ga actief op zoek naar logische matches.

Semipublieke openstelling met beperkte toegang kan op twee manieren worden geregeld:

  • Hardware: bijvoorbeeld door het plaatsen van een slagboom.
  • Software: in de backoffice van de laadinfra toegang geven aan specifieke gebruikers.

Goed om te weten: Een logistiek bedrijf met een intensieve operatie kan waarschijnlijk moeilijker laadinfra delen dan een bedrijf met een flink laadplein voor bestelbussen die vooral ’s nachts laden. Het openstellen van laadinfra voor derden is nieuw voor de sector. Standaarden voor het afrekenen van gebruikte kWh of voorrang bij het laden zijn nog niet ontwikkeld.

Je kunt bedrijven stimuleren door gesprekken te voeren over de kansen, mogelijkheden en knelpunten. Ook kun je bedrijven ondersteunen met juridische expertise om knelpunten te overwinnen. Jouw NAL-regio kan helpen met de nodige informatie en expertise.

Best practice: logistiek laadplein

Provincie Noord-Holland, gemeente Ouder-Amstel en logistiek ondernemer Deudekom zijn op initiatief van MRA-Elektrisch gaan samenwerken aan de realisatie van laadinfrastructuur voor (stads)logistiek.

Gemeente Ouder-Amstel (eigenaar van de laadpalen) en Deudekom (eigenaar van het terrein) hebben een gebruiksovereenkomst opgesteld. In deze gebruiksovereenkomst hebben zij afspraken vastgelegd rond het eigendomsrecht. Dit eigendomsrecht is in handen van de gemeente, conform de concessieovereenkomst van MRA-E. In de reguliere situatie is dit automatisch het geval bij publieke laadpalen, omdat deze op gemeentelijke grond staan. Met een opheffing van het natrekkingsrecht in de gebruikersovereenkomst met Deudekom heeft de ondernemer nadrukkelijk afstand gedaan van recht op het eigendom. Zo blijven de laadpalen in handen van de gemeente.

Vanwege het concessiemodel en exploitatie door de exploitant is er alleen betalingsverkeer tussen de gebruiker van de laadpaal en de exploitant. Deudekom stelt haar terrein gratis beschikbaar voor plaatsing van de laadpalen. Er zijn dus geen aanvullende betalingen tussen Deudekom en gemeente, of tussen Deudekom en overige gebruikers van de laadpalen.

Meer informatie:

Gemeenten hebben publieke grond op een bedrijventerrein. Dit kan een goede locatie zijn voor publieke laadpunten. Op het terrein gevestigde bedrijven en hun leveranciers kunnen deze laadpunten gebruiken, maar wellicht ook bewoners uit aangrenzende woonwijken. Of dit mogelijk is, hangt af van ruimtelijke en verkeerskundige aspecten. Ligt het stuk grond op logische routes? Is het toegankelijk voor logistieke voertuigen? Ligt het dicht bij een woonwijk? En zijn er bedrijven met een laadvraag, bijvoorbeeld vanwege het gebrek aan ruimte op eigen terrein?

Als gemeente kun je exploitanten stimuleren om laadinfra aan te leggen in de publieke ruimte. Onderzoek eerst waar de meeste behoefte aan is: een laadplein met reguliere laadpalen, een of meerdere DC-laders, of een combinatie.

Met een collectieve aanpak organiseer je met alle betrokken partijen in één keer de laadinfra voor een geheel bedrijventerrein. Dit is uitdagend vanwege de grote schaal en de vele deelnemers, maar het lost ook in één keer meerdere drempels op en versnelt de aanleg.

Het voordeel van een collectieve aanpak is dat de vraag naar een privaat en publiek laadnetwerk elkaar aanvullen. Meerdere bedrijven kunnen op een slimme manier gebruikmaken van de beschikbare netcapaciteit. De gemeente kan bedrijven hierover informeren én faciliteren in de rol van verbinder.

Heb je als gemeente een hoge ambitie, dan is het goed om met deze collectieve aanpak aan de slag te gaan. Dit doe je als volgt:

  • Onderzoek de laadbehoefte op de bedrijventerreinen via de NAL-storymap en check deze behoefte bij ondernemers.
  • Stel vast welke bedrijventerreinen hoge prioriteit hebben.
  • Betrek vroegtijdig andere afdelingen bij de planvorming. Zo houd je rekening met de verschillende rollen die je als gemeente vervult bij de realisatie van collectieve laadinfra. Denk aan de rol van vergunningenverlener en wegbeheerder (met de aantrekkingskracht van een laadplein op omliggende wegen).
  • Toets bij de plannen van de RES-regio’s of er meekoppelkansen zijn voor opwekking van groene energie en eventuele oplossingen voor netcongestie. Je kunt ook contact opnemen met de thematrekker ‘data & monitoring’ van het Nationale programma RES.
  • Maak samen met ondernemers op een bedrijventerrein een collectief plan van aanpak. Werk bijvoorbeeld samen met een parkmanager, ondernemersvereniging of koploperbedrijven in verduurzaming. Op de website van Rijksdienst voor Ondernemen staat hiervoor een handig stappenplan.
  • Betrek tijdig de netbeheerder om eventuele knelpunten op het energienet te voorkomen of om deze aan te pakken.
  • Als de locatie zich hiervoor leent, kun je samen met bedrijven de haalbaarheid verkennen van een logistieke hub. Dit is een locatie waar ladingen worden gebundeld en overgeslagen op een elektrisch voertuig voor verdere distributie. Houd bij een verkenning rekening met goede toe- en afvoerwegen en de verkeersaantrekkende werking. Een verkeerskundige aanpassing kan nodig zijn, inclusief het toevoegen van goede bewegwijzering. Overslaghubs kunnen wenselijk zijn bij de invoering van zero-emissiezones. Ga daarvoor in gesprek met de logistieke sector.

Tip:

Verken ook of er bezoekers zijn met een laadbehoefte. Dit kan via de ondernemers(vereniging) of het parkmanagement. Daarnaast kan er laadbehoefte zijn in omliggende woonwijken. Soms ligt een bedrijventerrein ook op de route van ov-verbindingen of langs een hoofdweg. Elektrische voertuigen die langs het terrein komen, kunnen interesse hebben om te laden. Neem deze behoefte mee in je verkenning.

Best practice: collectieve aanpak laadinfra regio’s

Zuid-Limburg Bereikbaar (ZLB) heeft een pilot uitgevoerd om een collectieve aanpak voor laadinfra op een bedrijventerrein te testen en hiervan te leren. Hiervoor werden de elektrificatieplannen van verschillende bedrijven verzameld om vervolgens te bekijken welke impact deze plannen hebben op het elektriciteitsnet. De belangrijkste conclusie: samenwerking is noodzakelijk om een beeld te krijgen van de laadvraag en de impact op het net. Ook moet één partij, zoals de gemeente, de regie nemen om de gesprekken te voeren en vraag, aanbod en plannen op het bedrijventerrein te verzamelen. De gemeente Maastricht heeft samen met ZLB in dit geval de regie genomen, omdat dit past bij hun ambitie om zero-emissievervoer sneller mogelijk te maken.

Best practice: publieke grond, private aansluiting

Bolscher in Enschede heeft samen met de gemeente een snellader op publieke grond geplaatst, net buiten het hek. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de stroomaansluiting en eigen opwek van de zonnepanelen van Bolscher. Het terrein is ’s nachts afgesloten, maar door de locatie buiten het hek kunnen gastgebruikers er altijd terecht. Voor derden is het gebruik interessant omdat zij hier tegen een relatief gunstig tarief snel kunnen laden. De partijen profiteren zo van de gunstige energie-inkoop van Bolscher, en Bolscher kan op deze manier de investering versneld terugverdienen.

De voordelen:

  • Makkelijker delen van laadinfra doordat derde partijen niet op privaat terrein hoeven te komen.
  • Minder ruimte nodig op privaat terrein.
  • Versneld terugverdienen van de investering.
  • Goede kWh-prijs door energie via bestaande grootverbruikaansluiting.

De gemeente heeft dit initiatief geholpen door grond beschikbaar te stellen.

Meer weten?

Bij de ontwikkeling van laadlocaties zijn verschillende marktpartijen betrokken. Charge Point Operators (CPO’s) kunnen zich melden met het commerciële doel om laadinfrastructuur te ontwikkelen en te exploiteren. Dit biedt een kans om laadinfra te stimuleren op terreinen, maar er zijn ook aandachtspunten.

Over welke marktpartijen hebben we het?

  • Charge Point Operator (CPO): Exploitant die laadpalen ontwikkelt, verkoopt, installeert en onderhoudt, en zorgt voor een backoffice en helpdesk.
  • e-Mobility Service Provider (eMSP): Aanbieder van laadabonnementen, laadpassen en apps die het verbruik inzichtelijk maakt en overeenkomsten heeft met de verschillende CPO’s. Sommige CPO’s verzorgen ook MSP-producten of -diensten.

Commerciële bedrijven benaderen gemeenten om laadinfra te ontwikkelen op publieke locaties. Zij verwachten dat hun dienst nu of op termijn winstgevend gaat zijn.

Het is verstandig om locaties te bestemmen voor laadpleinen en/of DC-laden, ook als je geen actieve rol wilt spelen. Zo houd je regie op de verkeersintensiviteit en voorkom je dat logistieke dienstverleners in woonwijken naar (snelle) laadpunten gaan zoeken. Als gemeente kun je dergelijke locaties in de markt zetten.

Wanneer je als gemeente wordt benaderd door een partij die een laadplein wil exploiteren, dan moet je dit kenbaar maken. Andere marktpartijen moeten de kans krijgen om ook hun interesse kenbaar te maken voor deze specifieke locatie.

Vergunningen
Grote laadlocaties kunnen vergunningplichtig zijn. Voorbeelden zijn een laadplein (met meerdere reguliere laders of snelladers), logistieke laadvoorziening of buslaadvoorziening. Het maakt niet uit of het om publieke of private grond gaat. Laadpleinen worden niet gezien als enkelvoudige laadpaal, maar als een samenhangend geheel. Het is geen vergunningvrij bouwwerk als de oppervlaktegrens van 15 m2 wordt overschreden. Ook de planologische impact van een laadplein moet worden meegewogen. Denk aan de verkeersaantrekkende werking en het geluid van transformatoren en auto’s tijdens het laden.

Om een laadplein te ontwikkelen op een aangewezen locatie kun je de markt benaderen via een aanbestedingsprocedure. Toets eerst of dit niet in strijd is met al lopende concessies binnen jouw gemeente. Transparant aanbesteden kan met een van deze uitvoeringsmodellen:

  • Grond aan exploitanten verkopen: Je kunt bij nieuwe bedrijventerreinen of vrijkomende percelen grond verkopen aan laadpaalexploitanten. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van laadinfra dan mogelijk. De enige sturingsmogelijkheid ná verkoop van percelen is een wijziging in het bestemmingsplan.
  • Zelf een concessie opzetten: Je kunt een concessie uitzetten met voorwaarden voor de exploitant. De exploitant krijgt het alleenrecht voor een bepaalde looptijd. Je houdt hierbij regie op de wijze van laden, omdat je zelf de voorwaarden bepaalt.
  • Locaties uitgeven via een opstalregeling: Je kunt grond ter beschikking stellen op verzoek van een exploitant. Via een opstalregeling leg je vast dat de grond van de gemeente blijft, maar dat de exploitant er laadinfra op kan realiseren. Je kunt ook verdere voorwaarden opstellen. Denk aan tijdsduur van het grondgebruik en voorwaarden voor de exploitatie.

Onderhandse verkoop
Onderhandse verkoop zonder gelijke kansen voor alle (potentiële) gegadigden is niet toegestaan. Derden moeten kunnen meedingen via een selectieprocedure met objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Als je redelijkerwijs verwacht dat er maar één serieuze gegadigde is, vormt dit de uitzondering op de regel. Let op: Je moet dit wel goed kunnen motiveren.

Extra voorwaarden
Met extra voorwaarden kun je een laadplein duurzamer maken. Je kunt bijvoorbeeld als voorwaarde stellen dat de exploitant de laadvoorziening voorziet van groene energie, of dat de voorziening ook toegankelijk is voor trucks. Tip: Houd in dat laatste geval wel rekening met de fundering van aan- en afrijroutes.

Meer informatie: